|
Wie in 1945 geboren is, kan als voldaan wordt aan de voorwaarden op basis van de volgende voorwaarden uittreden:
| Geboortejaar |
Standaard uittredingsleeftijd |
Uitkeringspercentage netto |
| 1945 |
61 jr en 6 mnd |
78% |
Toelichting: de uitkering ter vervanging van het nettoloon blijft gemaximeerd op 1½ x het maximumloon dat voor de Sociale Verzekeringen wordt gehanteerd. Het Vut-fonds vergoedt de inkomensafhankelijke premie voor de Zorgverzekeringswet.
Voorwaarde Deelnemers kunnen vervroegd uittreden als zij de laatste 10 jaar direct voorafgaande aan de Vut-gerechtigde leeftijd gewerkt hebben in het grafisch bedrijf en onafgebroken deelnemer zijn geweest aan het FWG.
Flexibele regeling Deelnemers kunnen hun Vut in principe vervroegen of uitstellen. De uittredingsleeftijd kan liggen tussen 60 en 64 jaar. Wie eerder of later uittreedt dan de reglementaire leeftijd ontvangt een uitkering waarbij het beschikbare bedrag wordt verdeeld over het aantal maanden dat de uitkering wordt genoten. Bovendien wordt het uitkeringspercentage verlaagd met 0,1% voor elke maand dat men eerder uittreedt in verband met rente- en premieverlies.
Voorbeeld: Een werknemer, geboren in 1945, kan standaard uittreden op 61 jaar en 6 maanden tegen 78% van het nettoloon.
| Flexibel uittreden |
Uitkeringspercentage netto |
| 62 jr en 4 mnd |
100% (maximum) |
| 62 jr |
91,4% |
| 61 jr en 6 mnd |
78,0% |
| 61 jr |
67,4% |
| 60 jr en 6 mnd |
59,1% |
| 60 jr |
52,4% |
Ook deeltijd-Vut behoort tot de mogelijkheden. In dat geval blijft de deelnemer voor een deel van zijn arbeidstijd werken bij de werkgever en voor het andere deel wordt gebruik gemaakt van de Vut-regeling. De werkgever betaalt dan het parttime-loon uit en het Vut-fonds verstrekt een uitkering voor het gedeelte dat met de Vut wordt gegaan.
Pensioenopbouw tijdens Vut Vanaf 1 januari 2006 is de premievrije voorzetting teruggebracht naar 40%. De toekomstige opbouw wordt in één keer ingekocht vlak voor het moment waarop men met de Vut gaat. Ook de vergoeding van de pensioenpremie voor deelnemers die elders voor hun pensioen verzekerd zijn, is met ingang van 1 januari 2006 teruggebracht van 100% naar 40% over de maximum pensioengrondslag. Bij vervroeging van de uitkering bedraagt de premievrije opbouw ook 40% maar dan over de lagere grondslag.
Het FWG koopt de pensioenrechten in één keer in vlak voor het moment van uittreden. PGB biedt deelnemers de mogelijkheid om de opbouw die niet meer wordt vergoed bij te verzekeren. De premie komt dan voor eigen rekening.
Toeslag op uitkering voorwaardelijk Cao-verhogingen werken alleen door in de Vut-uitkering als het bestuur FWG vindt dat de financiële middelen van het fonds daarvoor toereikend zijn. De laatste drie jaren werden de volgende toeslagen verstrekt:
| Datum |
Toeslag |
| op 1 januari 2007 |
1,5% |
| op 1 januari 2008 |
2,75% |
| op 1 januari 2009 |
2,75% |
| op 1 januari 2010 |
2,75% |
Terug
|