Vut-regeling voor geboortejaren 1946 t/m 1949

print deze pagina

Grafici die geboren zijn in 1946, 1947, 1948 of 1949 kunnen als laatste gebruik maken van een Vut-regeling. Er kunnen twee regelingen onderscheiden worden. Een regeling voor werknemers die de laatste 10 jaar direct voorafgaand aan het moment waarop ze de Vut gaan, hebben gewerkt in het grafimedia bedrijf en onafgebroken deelnemer zijn geweest aan het FWG. En een aparte regeling voor werknemers die voldoen aan het 10-jaarskriterium en die vanaf hun 22e jaar onafgebroken hebben deelgenomen aan het FWG. Werknemers met minimaal 40 dienstjaren kunnen vanaf geboortejaar 1947 een paar maanden eerder uittreden. De uittredingscombinatie kan afgelezen worden uit het schema:

Geboortejaar Vut-leeftijd
o.b.v. 10 dj
Vut-leeftijd
o.b.v. 40 dj
Uitkeringshoogte van
het laatste vaste brutoloon
1946 62 jr 62 jr maximaal 70%
1947 62 jr en 4 mnd 62 jr en 2 mnd maximaal 70%
1948 62 jr en 8 mnd 62 jr en 4 mnd maximaal 70%
1949 63 jr 62 jr en 6 mnd maximaal 70%

Toelichting: de uitkering bedraagt maximaal 70% van het brutoloon. Voor de berekening van het laatst verdiende brutoloon wordt uitgegaan van de som van het loon, vakantietoeslag en vaste gratificaties. Het Vut-fonds vergoedt de inkomensafhankelijke premie voor de Zorgverzekeringswet over de Vut-uitkering. De uitkering wordt gekoppeld aan eenmaal het maximumloon dat ook voor de werknemersverzekeringen wordt gehanteerd.

Opbouw van de uitkering
De uitkering bedraagt maximaal 70%. De uitkering bestaat uit twee componenten. Een deel wordt men geacht uit het pensioen te betalen en een deel vult het Vut-fonds aan tot 70%.

Het Vut-fonds gaat er bij de berekening van de uitkering vanuit dat bij het pensioenfonds per achterliggend grafisch dienstjaar vanaf het 22e jaar tot 1 januari 2006 0,20% voorwaardelijk extra pensioen wordt opgebouwd. De Vut-premie is daarvoor verlaagd en de pensioenpremie verhoogd. De deelnemer bouwt voorwaardelijk pensioen op, want het recht ontstaat pas wanneer men aansluitend op het grafische dienstverband met pensioen gaat en als de financiële middelen van het pensioenfonds het toelaten.
Het pensioenfonds stelt deze extra opbouw over het verleden (de zgn. backservice) beschikbaar op het moment dat men met de Vut gaat. Wie op 1 januari 2006 een grafisch arbeidsverleden heeft van 40 jaar heeft zo voorwaardelijk recht op 8% (40 x 0,20%) extra pensioen. Het Vut-fonds gaat er nu vanuit dat deze extra rechten tot 1 januari 2006 worden ingezet voor de Vut. Vervolgens wordt berekend wat het Vut-fonds moet aanvullen om op 70% bruto uit te komen. Een voorbeeld.

Voorbeeld:
Stel een deelnemer aan het Vut-fonds en pensioenfonds PGB is geboren op 1 januari 1946. Het inkomen bedraagt € 30.000. De franchise voor het pensioenfonds stellen we op € 12.500 waardoor over € 17.500  (€ 30.000 - € 12.500) pensioen wordt opgebouwd. Op basis van de aangepaste Vut-overgangsregeling is uittreden mogelijk met 62 jaar tegen maximaal 70% bruto. Stel verder dat de werknemer op 1 januari 2006 35 grafische dienstjaren heeft. Deze werknemer kon op 1 februari 2008 met de Vut, de uitkering wordt dan als volgt berekend:

stap 1 Bij het PGB krijgt men op grond van de pensioenregeling voorwaardelijk extra pensioenrechten toegekend op basis van het arbeidsverleden. In dit voorbeeld 35 x 0,20% = 7%. De pensioengrondslag bedraagt € 30.000 - € 12.500 = € 17.500. De voorwaardelijke extra opbouw bedraagt dan € 17.500 x 7% = € 1.225.
 
stap 2 Op basis van de bestaande inruilfactoren wordt vervolgens berekend wat dit levenslange pensioenrecht waard is als tijdelijke uitkering tussen 62 jaar en 65 jaar. Dat zou uitkomen op: € 1.225 x 4,2 = € 5.145 per jaar gedurende 3 jaar.
 
stap 3 Het Vut-fonds neemt aan dat de werknemer van het pensioenfonds de extra toegekende
€ 5.145 reserveert voor de Vut. Aangevuld wordt dan tot 70% van € 30.000 = € 21.000. De Vut-uitkering bedraagt in dit voorbeeld € 21.000 - € 5.145 = € 15.855 bruto per jaar.
 

Als u niet deelneemt aan het PGB
Cao-partijen NUV/NDP en de vakbonden in de sector Administratief Personeel Dagblad hebben afgesproken om het deel van de Vut-uitkering dat uit de pensioenregeling komt te financieren uit een zogenaamde FWG aanvullingskas. De Vut-premie voor de werknemers die geboren zijn vóór 1-1-1950 bedraagt in 2009 5,8%. Voor de werknemers die geboren zijn vanaf 1-1-1950 4,9%.

Flexibel uittreden?
Deelnemers kunnen hun Vut in principe vervroegen of uitstellen. De uittredingsleeftijd kan liggen tussen 60 en 64 jaar. Wie eerder of later uittreedt dan de reglementaire leeftijd ontvangt een uitkering waarbij het beschikbare bedrag wordt verdeeld over het aantal maanden dat de uitkering wordt genoten. Bovendien wordt het uitkeringspercentage verlaagd met 0,1% voor elke maand dat men eerder uittreedt in verband met rente- en premieverlies.

Ook deeltijd-Vut behoort tot de mogelijkheden. In dat geval blijft men voor een deel van de arbeidstijd werken bij de werkgever en voor het andere deel wordt gebruik gemaakt van de Vut-regeling. De werkgever betaalt dan het parttime-loon uit en het Vut-fonds verstrekt een uitkering voor het gedeelte dat met de Vut wordt gegaan.

Geen pensioenopbouw tijdens Vut
Vanaf 1 januari 2006 is de premievrije pensioenopbouw tijdens de Vut-periode vervallen. Ook de vergoeding van de premie voor premievrije opbouw van deelnemers die elders voor hun pensioen zijn verzekerd is vervallen met ingang van 2006. Het PGB biedt deelnemers de mogelijkheid om de opbouw voor eigen rekening voort te zetten.

Nevenwerkzaamheden tijdens Vut
Wie van de Vut gebruikmaakt kan nevenwerkzaamheden verrichten. Dat is echter aan voorwaarden gebonden.

In principe mag tijdens de Vut geen arbeidsplaats worden bezet. Wel mag het verschil tussen het oude loon en de Vut-uitkering worden bijverdiend. Maar omdat de Vut ook is opgezet uit werkgelegenheidsmotieven gelden de volgende voorwaarden:
- de werkzaamheden mogen niet worden verricht binnen de grafische bedrijfstak. 
   Nevenwerkzaamheden voor de ex-werkgever zijn niet toegestaan.
- de vergoeding of het salaris voor het werk samen met de Vut-uitkering + eventuele aanvulling
   van de werkgever mag per maand niet meer bedragen dan 100% van het laatste brutoloon. 
   Er moet ook een relatie zijn tussen de te besteden tijd en de inkomensachteruitgang. Iemand
   met een inkomensachteruitgang van 20%  die fulltime werkzaam was, mag maximaal onge-
   veer 36 uur x 20% = 7 ½ uur aan nevenwerkzaamheden besteden;
- het Vut-fonds FWG moet vooraf over de werkzaamheden worden geïnformeerd. Het FWG
   beoordeelt vervolgens of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
 
Als de Vutter al nevenwerkzaamheden verrichtte vóór de datum van vervroegde uittreding, kan hij of zij die in dezelfde mate voortzetten tijdens de Vut-periode. De Vutter informeert het Vut-fonds in dat geval vooraf over het inkomen dat gedurende de laatste 3 jaar met de nevenwerkzaamheden werd verdiend.

Vrijwilligerswerk tijdens de Vut is uiteraard toegestaan voor zover er sprake is van ‘zuiver’ vrijwilligerswerk. Het mag bijvoorbeeld niet gaan om werkzaamheden die normaliter worden verricht door betaalde arbeidskrachten. Ook al doet de Vutter dat werk voor niets dan nog is dat niet toegestaan. Wij raden diegene aan om dit vooraf aan ons te melden.

Voor het vervullen van een bestuursfunctie, commissariaatschap of adviseurschap tijdens de periode van vervroegde uittreding gelden aanvullende voorwaarden. Met betrekking tot het uitoefenen van bestuursfuncties, adviseurschappen en commissariaten tijdens Vut geldt dat voor de vervulling van een commissariaat of adviseurschap binnen de grafische bedrijfstak in principe toestemming wordt verleend, mits de te besteden tijd slechts beperkt is en er geen bemoeienis is met de dagelijkse leiding. Onkostenvergoedingen mogen behouden worden, maar vacatiegelden of andere emolumenten worden geheel of gedeeltelijk op de Vut-uitkering in mindering gebracht. Ook over een dergelijke functie informeert de Vutter het Vut-fonds schriftelijk.

Toeslag voorwaardelijk
Cao-verhogingen werken alleen door in de uitkering als het bestuur van oordeel is dat de financiële middelen van het FWG daarvoor toereikend zijn. De laatste drie jaren werden de volgende toeslagen verstrekt:

De laatste jaren zijn de volgende indexaties verleend: 

Datum Toeslag
op 1 januari 2007 1,5%
op 1 januari 2008 2,75%
op 1 januari 2009 2,75%
op 1 januari 2010 2,75%

Terug