|
Dekkingsgraad
De financiële positie van een pensioenfonds wordt uitgedrukt in de dekkingsgraad. Dat is de verhouding tussen het vermogen van het fonds en de verplichtingen, de waarde van de opgebouwde pensioenrechten en de ingegane pensioenen. De dekkingsgraad mag wettelijk niet onder de 105% zakken. Verder moeten pensioenfondsen extra financiële reserves opbouwen; de kans dat in een jaar niet aan de verplichtingen kan worden voldaan, mag niet groter zijn dan 2,5%. Voor pensioenfondsen betekent dit, dat zij meer geld moeten reserveren om tegenvallers in vooral de beleggingssfeer op te kunnen vangen.
PGB streeft naar een dekkingsgraad van 150%, het punt waarbij op advies van de Richtlijn besluitvorming Toeslagregeling de volledige toeslag kan worden verleend en waarbij sprake kan zijn van een inhaaltoeslag over eventueel in het verleden gemiste verhogingen. In onderstaande tabel is de ontwikkeling te zien van de dekkingsgraad van PGB te zien.
Ontwikkeling dekkingsgraad PGB

Feitelijke versus verwachte ontwikkeling dekkingsgraad op basis van herstelplan

Kerncijfers Beleggingen
|
2009 |
2008 |
2007 |
2006 |
2005 |
Waarde beleggingen (in miljoenen euro's) |
11.459 |
10.474 |
10.372 |
9.530 |
8.980 |
Beleggingsopbrengsten (in miljoenen euro's) |
1.166 |
-1.776 |
269 |
590 |
1.206 |
| Rendement in % |
16,0 |
-20,7 |
5,5 |
8,5 |
15,9 |
| Z-score |
0,90 |
-1,02 |
0,09 |
0,19 |
0,69 |
| Performancetoets |
1,66 |
1,31 |
1,77 |
1,68 |
1,60 |
Toelichting: Het beleggingsrendement van PGB bedroeg in 2009 16,0%. Inclusief de afdekkingsportefeuille ten behoeve van de verplichtingen (rente- en valutarisico) bedroeg het rendement 14,5%.
Z-score en performancetoets De beleggingsprestaties van verplichtgestelde pensioenfondsen moeten in Nederland worden getoetst. Daarvoor is een gestandaardiseerde norm, de z-score, ontwikkeld. Voor het jaarlijks vaststellen van de z-score wordt het rendement (de performance) van het pensioenfonds vergeleken met het rendement van de vooraf door het bestuur vastgestelde benchmark op basis van een wettelijk voorgeschreven formule waarin ook de samenstelling van het belegde vermogen en de kosten voor de uitvoering meetellen. Vervolgens worden de z-scores over een periode van 5 jaar via een ook weer wettelijk voorgeschreven formule gemiddeld. Deze score wordt de performancetoets genoemd. Om meer duidelijkheid te creëren is door een wetswijziging de ondergrens verlegd van -1,28 tot 0 door bij de uitkomst uit de toets 1,28 op te tellen. Bij een negatieve uitkomst kunnen aangesloten ondernemingen besluiten van pensioenfonds te wisselen.
De Z-score kwam ultimo 2009 uit op 0,90. De performancetoets van PGB over de laatste 5 jaar komt uit +1,66 wat ruim positief is.
Verdeling vermogen Het vermogen van PGB was aan het einde van het jaar over de verschillende categorieën in procenten als volgt verdeeld:
| samenstelling beleggingsmix |
mix normporte- feuille ultimo 2010 |
mix normporte- feuille ultimo 2009 |
2008 |
2007 |
2006 |
2005 |
| vastrentende waarden (incl. liquiditeiten) |
41 |
45 |
44 |
44 |
45 |
46 |
| aandelen |
33 |
35 |
36 |
45 |
45 |
46 |
| alternatieve beleggingen |
261) |
20 |
20 |
11 |
10 |
8 |
1) Inclusief 6% emerging markets en high yield vastrentende waarden
De samenstelling van de normportefeuille (ultimo 2010) binnen de beleggingssectoren is verder als volgt:
| NORMPORTEFEUILLE 31-12-2010 |
gewichten in %
|
| Vastrentende waarden |
|
|
Aandelen |
|
|
Alternatieve beleggingen |
|
| |
|
|
Staatsobligaties |
14 |
|
Europa ex Verenigd Koninkrijk |
10 |
|
Onroerend goed |
10 |
Inflatie gelinkte obligaties |
6 |
|
Verenigd Koninkrijk |
2 |
|
Infrastructuur |
5 |
Investment Grade Credits (bedrijfs- obligaties) |
20 |
|
Noord Amerika |
11 |
|
Commodities (grondstoffen) |
2,5 |
Liquiditeiten |
1 |
|
Japan |
2 |
|
Hedgefunds |
2,5 |
|
|
|
Pacific ex Japan |
2 |
|
Emerging markets bonds (obligaties opkomende markten) |
3 |
|
|
|
Emerging Markets |
6 |
|
High Yield bonds (hoogrentende obligaties) |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Totaal |
41 |
|
Totaal van portefeuille |
33 |
|
Totaal van portefeuille |
26 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
Toelichting: : ter bescherming van de dekkingsgraad heeft PGB in de normportefeuille het percentage aandelen verlaagd van 35 naar 33%. De alternatieve beleggingen zijn verder verhoogd van 20% (normportefeuille 2009) naar 26% (normportefeuille 2010) door verschuiving van de emerging markets bonds en high yield bonds uit de portefeuille vastrentende waarden naar de portefeuille alternatieve beleggingen. De mate van renteafdekking die in 2010 kan liggen tussen 50% - 70%, is afhankelijk van de financieel economische situatie. Het beleid om vreemde valuta af te dekken (100% , met tactische ruimte voor afwijkingen) wordt gecontinueerd.
Het fonds beschikt zo over een beleggingsportefeuille waarbij enerzijds meer garanties worden ingebouwd ter bescherming van de dekkingsgraad en waarbij anderzijds ook voldoende opwaarts potentieel aanwezig blijft om te kunnen profiteren van zich herstellende markten.
Meer informatie over de beleggingen vindt u in het jaarverslag van het fonds.
Terug
|