Vut-regeling geboortejaren t/m 1949

print deze pagina

Dagbladjournalisten die voor 1950 geboren zijn en aan de voorwaarden voldoen, kunnen van de regeling voor vervroegde uittreding gebruikmaken. U komt in aanmerking voor de Vut-aanvulling als u de laatste 10 jaar voor de datum waarop u volgens de regeling met de Vut zou kunnen, onafgebroken premie heeft betaald aan het FWG. De uittredingsleeftijd en het uitkeringspercentage zijn hieronder weergegeven.

Geboortejaar Uittredingsleeftijd Uitkeringspercentage laatste (gemaximeerde) brutoloon (pensioen en Vut-aanvulling)
1945 62 jr 74%
1946 62 jr 73%
1947 62 jr en 4 mnd 72%
1948 62 jr en 8 mnd 71%
1949 63 jr 70%

Toelichting: de hoogte en duur van de uitkering zijn afhankelijk van het geboortejaar. De uitkering wordt gebaseerd op het laatst genoten vaste brutoloon per 1 januari van een jaar inclusief de inconveniëntentoeslag, de managementtoeslag en de vakantietoeslag. De grondslag voor het berekenen van de uitkering is gekoppeld aan een maximum 1,5 x het maximum uitkeringsloon volgens de Wet Financiering Sociale Verzekeringen. In 2008 is dat € 69.041,70. De maximum uitkering voor het geboortejaar 1947 bedraagt in 2008 dus € 69.041,70 x 72% = € 49.710,02. Niet in basis voor de uitkering zitten de eventuele dertiende maand, eenmalige uitkeringen of eenmalige gratificaties.

Het Vut-fonds FWG gaat er bij de berekening van de uitkering vanuit dat de overgedragen aanspraken worden ingezet voor Vut. PGB maakt in dat geval de pensioenaanspraken periodiek over naar het Vut-fonds. Bij elkaar (dus het pensioendeel en de aanvulling vanuit het Vut fonds) kan de uitkering nooit hoger zijn dan in het hiervoor vermelde schema is vermeld.

Indien geen gebruik wordt gemaakt van de Vut-regeling kunnen de pensioenaanspraken, -als het reguliere pensioen niet bij PGB is ondergebracht-, te zijner tijd worden overgedragen aan de pensioenuitvoerder. Ook kan er voor gekozen worden het pensioen door PGB te laten uitkeren bij het bereiken van de pensioendatum.

Flexibele regeling
Deelnemers kunnen hun Vut in principe vervroegen of uitstellen. De uittredingsleeftijd kan liggen tussen 60 en 64 jaar. Wie eerder of later uittreedt dan de reglementaire leeftijd ontvangt een uitkering waarbij het beschikbare bedrag wordt verdeeld over het aantal maanden dat de uitkering wordt genoten. Bovendien wordt het uitkeringspercentage verlaagd met 0,1% voor elke maand dat men eerder uittreedt in verband met rente- en premieverlies.

Ook deeltijd- Vut behoort tot de mogelijkheden. De werkgever betaalt dan het parttime-loon uit en het FWG verstrekt een uitkering voor het gedeelte dat wordt uitgetreden. 

Bijverdienen tijdens Vut
Voor het verrichten van betaalde (neven)werkzaamheden en/of het bezetten van een (parttime) arbeidsplaats tijdens de uitkeringsperiode is goedkeuring nodig van de Commissie Dagbladjournalisten van het FWG.

Ten aanzien van journalistieke werkzaamheden gedurende de Vut-periode hebben  de CAO-partijen de volgende voorwaarden vastgesteld: 
- journalistieke nevenwerkzaamheden tijdens Vut worden toegestaan aan vervroegd uitgetreden
   dagbladjournalisten;
- alle journalistieke nevenwerkzaamheden die gedurende de Vut-periode  worden verricht
   moeten vooraf aan het FWG worden gemeld;
- voor zover de inkomsten uit die journalistieke nevenwerkzaamheden beperkt blijven tot het
   gemiddelde van de laatste drie jaar vóór Vut worden deze inkomsten niet op de Vut-uitkering
   gekort. Het fonds gaat hierbij uit van de bruto opbrengst van die inkomsten. Eventuele aan-
   toonbare kosten kunnen buiten beschouwing blijven. In alle andere gevallen mogen de in-
   komsten niet meer bedragen dan het verschil tussen het brutoloon dat betrokkene bij zijn
   werkgever verdiende en de bruto uitkering plus aanvulling van de werkgever;  het nadelige
   inkomensverschil kan op deze wijze gecompenseerd worden;
- journalistieke nevenwerkzaamheden tijdens Vut voor het dagbladbedrijf waarvoor de dag-
   bladjournalist voor de vervroegde uittreding werkte, zijn niet toegestaan.

Voor wat betreft het uitvoeren van werkzaamheden gedurende de Vut-periode wordt van de Vutter verlangd deze werkzaamheden schriftelijk aan het FWG voor te leggen.

Vervroegde uittreding bij werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid
Wie een uitkering ontvangt op basis van ww, ziekte of arbeidsongeschiktheid kan geen gebruik maken van de Vut-aanvullingsregeling.

Toeslag
De verhoging van de Vut-uitkering vindt per 1 januari van een jaar plaats volgend op het moment waarop de cao-verhoging is toegekend. De uitkering wordt alleen geïndexeerd als het bestuur vindt dat de financiële middelen van het fonds daarvoor toereikend zijn.

De laatste jaren zijn de volgende toeslagen verleend: 

Datum Toeslag
op 1 januari 2007 1,5%
op 1 januari 2008 2,6%
op 1 januari 2009 2,6%
op 1 januari 2010 0,0%

Terug