Er zijn een aantal situaties denkbaar waarin men niet werkt of minder werkt, maar waarin de pensioenopbouw toch doorloopt. Dit is het geval bij:
Pensioenopbouw bij ziekte
Gedurende de eerste twee ziektejaren, loopt de pensioenopbouw van de deelnemer voor 100% door. De gebruikelijke premieverdeling tussen werkgever en deelnemer blijft van toepassing. De pensioenopbouw wordt gebaseerd op het loon dat voorafgaand aan de ziekte werd genoten.
| naar boven |
Pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
Als de deelnemer arbeidsongeschikt wordt verklaard heeft hij recht op gedeeltelijke premievrije opbouw van pensioen. De pensioenpremie wordt dan door het PGB betaald. De premievrije opbouw is in de basisregeling grafimedia met ingang van 1 januari 2006 begrensd op 70%. De premievrije pensioenopbouw staat in verhouding tot de mate van arbeidsongeschiktheid. Blijft men gedeeltelijk werken dan wordt over het loon uit de dienstbetrekking gewoon pensioen opgebouwd en pensioenpremie betaald.
Al gedeeltelijk arbeidsongeschikt bij begin van de deelname?
PGB gaat er dan vanuit dat de premievrije opbouw door een andere pensioenverzekeraar wordt betaald. Raakt u voor een hoger percentage arbeidsongeschikt, dan heeft u over dat meerdere recht op premievrije opbouw bij PGB.
En bij vertrek uit de grafimediabranche?
Bij vertrek uit de grafimediabranche blijft PGB de premievrije pensioenopbouw verzorgen. Als de mate van arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de deelname afneemt, neemt ook de premievrije opbouw bij PGB af. Neemt de mate van arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de deelname toe, dan blijft de premievrije opbouw bij PGB onveranderd. PGB gaat er vanuit dat de nieuwe pensioenuitvoerder het risico op verdere invalidering overneemt.
| naar boven |
Pensioenopbouw bij werkloosheid
Als men zonder werk komt te zitten of gedwongen wordt om minder te gaan werken, ontvangt men een WW-uitkering via het UWV. De uitkering is in eerste instantie aan het loon gerelateerd. Wanneer de deelnemer op de eerste dag van de werkloosheid 40 jaar of ouder is heeft hij of zij voor de duur van de loongerelateerde uitkering, recht op een voortzetting van de pensioenopbouw die betaald wordt door de stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP).
Wachttijd
Voor werknemers die werkloos worden bestaat er een eenmalige wachtperiode van een half jaar. Dit betekent dat er over een periode van 180 kalenderdagen geen recht op voortzetting van de pensioenopbouw uit het FVP is. Bedraagt de werkloosheidsperiode 180 dagen of minder dan wordt er dus geen bijdrage uitgekeerd. Bij een volgende werkloosheidsperiode wordt zonodig het restant van de wachtperiode verrekend totdat het aantal van 180 dagen is bereikt.
In 2011 stopt de financiering van de voortzetting door het FVP. Vanaf 1 januari 2010 wordt de uitbetaling van de FVP-bijdrage voor werknemers die werkloos worden, opgeschort tot uiterlijk eind 2013. Als blijkt dat het FVP over onvoldoende geld beschikt, zal de bijdrage niet voor 100% worden toegekend.
Is de deelnemer op de eerste dag van de werkloosheid jonger dan 40 jaar, dan betaalt het FVP geen pensioenpremie. De deelnemer kan dan wel voor eigen rekening de pensioenopbouw op bepaalde voorwaarden a> voorzetten.
Als er geen recht (meer) bestaat op een FVP-bijdrage, wordt het partnerpensioen bij overlijden van de deelnemer tijdens de periode dat een loongerelateerde WW-uitkering werd ontvangen, gebaseerd op 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen.
| naar boven |
Pensioenopbouw en Vut
De pensioenopbouw stopt tijdens de Vut-periode.
| naar boven |
Pensioen bij ouderschapsverlof
Als gebruik gemaakt wordt van het wettelijk ouderschapsverlof wordt de pensioenopbouw volledig voortgezet. De premie voor de pensioenopbouw die men door het verlof mist, betaalt het pensioenfonds. Het verlof moet dan wel doorgegeven worden aan het pensioenfonds.
| naar boven |
Pensioen bij zorg- en educatief verlof
Van zorgverlof (onbetaald of gedeeltelijk onbetaald) is sprake wanneer de werkzaamheden in dienstbetrekking worden onderbroken om een ernstig ziek gezinslid of familielid te verzorgen. Educatief verlof is een (onbetaalde of gedeeltelijk onbetaalde) onderbreking in de werkzaamheden om via opleiding en scholing de kennis en de vaardigheden te verwerven die van belang zijn voor een huidige of toekomstige functie.
De opbouw van het ouderdomspensioen loopt tijdens het zorg- en educatief verlof niet door. Door het afsluiten van een individuele verzekering kan de pensioenopbouw tijdens deze verlofperiodes voortgezet worden.
Tijdens zorg- en educatief verlof dat gemeld wordt bij het pensioenfonds, zijn PGB-deelnemers wel gratis verzekerd voor de opbouw van pensioen bij arbeidsongeschiktheid en voor de opbouw van partnerpensioen bij overlijden. Als degene die van de regeling gebruik maakt arbeidsongeschikt raakt, loopt de pensioenopbouw premievrij door. De premievrije opbouw, die met ingang van 2006 begrensd is op 70%, staat in verhouding tot de mate van arbeidsongeschiktheid.
Bij overlijden ontvangt de partner partnerpensioen van PGB. De jaren die de deelnemer nog had kunnen opbouwen tot zijn 65e jaar tellen dan ook mee voor de berekening van de uitkering.
| naar boven |
Pensioen bij levensloopverlof
De opbouw van het ouderdomspensioen loopt tijdens het levensverlof niet door. Door het afsluiten van een individuele verzekering kan de opbouw van ouderdomspensioen tijdens levensloopverlof worden voortgezet.
De verzekering voor partnerpensioen loopt wel door. Bij overlijden van de deelnemer tijdens het verlof ontvangt de partner partnerpensioen van PGB. De jaren die de deelnemer nog had kunnen opbouwen tot zijn 65e jaar tellen dan ook mee voor de berekening van het partnerpensioen.
| naar boven |